Een Teken?
Tekens of Toeval?πΎπ

πΎπTekens of Toeval?πΎπ
Mijn moeder is gevallen en ligt in het ziekenhuis.
Samen met mijn zus en mijn vader wachten we tot de operatie klaar is.
De tijd lijkt anders te lopen in een ziekenhuis.
Trager. Zwaarder. Alsof alles even stilstaat terwijl je hoofd overuren maakt.
In gedachten ben ik steeds bij mama.
Zonder woorden vraag ik " aan niemand in het bijzonder" of er alsjeblieft voor haar gezorgd kan worden. Dat de operatie goed verloopt. Dat ze veilig weer bij ons terugkomt.
Geen uitgesproken gebed.
Alleen een stille hoop die je ergens neerlegt wanneer je zelf niets meer kunt doen.
Wanneer mijn moeder terug is op haar kamer geef ik haar een zoen.
Na tien minuten stap ik weer naar buiten. Er mogen maar twee bezoekers tegelijk blijven en wij zijn met z’n drieën.
Ik mis de boot en moet een uur wachten.
Als de slagboom opengaat en ik mijn auto start, klinkt er ineens mediterrane, bijna meditatieve muziek uit mijn speakers. Vreemd… want Spotify staat op hardloopmuziek en de radio op Joe FM. Toch vult rustige muziek de auto, alsof iemand even de haast uit mijn hoofd haalt.
Op de boot zet ik de motor uit.
Bij aankomst start ik opnieuw en Joe FM speelt weer alsof er niets gebeurd is.
De volgende dag koop ik een nieuwe pyjama voor mijn moeder. Terwijl ik bij het rek sta, komt mijn schoonzus aanlopen.
“Hebben wij hetzelfde idee?”
Later loop ik een stenenwinkeltje binnen. Mijn moeder houdt van turkoois. We zoeken overal, maar er is geen turkoois steen te vinden.
Buiten spreekt een vrouw mij aan.
Ze herkent mij van het ziekenhuis. We raken in gesprek en ze vertelt over haar moeder. De tranen komen. Ik leg mijn hand op haar rug.
Zonder nadenken pak ik mijn visitekaartje, dat ik normaal nooit bij me heb, maar nu toevallig wel.
Ze leest het.
“Wat een mooie naam Alphine en levenseinde doula.”
En ik zie herkenning. Verdriet. Opluchting.
Alsof iemand even gezien wordt op precies het juiste moment.
Later geef ik mijn vader een kettinkje om bij mijn moeder om te doen.
Ik draag dezelfde.
En dan, een dag later, zit ik op de boot in mijn auto.
Plots loopt er een lieveheersbeestje over mijn been. Rustig, zonder haast. Wanneer ik de auto start, kruipt het omhoog over mijn wollen jas.
Ik moet lachen en denk: ga jij maar mee naar het ziekenhuis… blijf maar een beetje bij mijn moeder.
Ik geloof eigenlijk niet zo in tekens.
Maar in mijn werk zie ik vaak wat er gebeurt wanneer mensen zich kwetsbaar voelen. Wanneer controle verdwijnt. Wanneer liefde en angst naast elkaar bestaan. Dan zoeken we bewust of onbewust naar iets dat ons draagt.
Misschien zijn het geen tekens.
Misschien is het onze behoefte aan verbinding.
Aan het gevoel dat we er niet alleen voor staan.
En misschien…maakt het uiteindelijk niet uit.
Want in die momenten van wachten, hopen en loslaten, voelt het alsof er iets meeloopt. Iets zachts. Iets dat troost geeft.
Dus kijk ik even omhoog.
Niet omdat ik zeker weet dat er iemand luistert, maar omdat dankbaarheid soms vanzelf ontstaat.
En dat alleen al brengt rust.
Misschien zijn het geen tekens.
Misschien is het toeval.
Maar wanneer liefde zo groot is en wachten zo kwetsbaar voelt,
zoeken we allemaal iets dat ons geruststelt.
En soms…
komt troost in de vorm van muziek die nergens vandaan lijkt te komen,
een onverwachte ontmoeting,
of een klein lieveheersbeestje dat precies op het juiste moment met je meereist.
Niet om antwoorden te geven,
maar om zachtjes te fluisteren:
je hoeft dit niet alleen te dragen.πΎπ
β¨ In momenten van afscheid, wachten en onzekerheid ontdek ik steeds opnieuw hoe belangrijk nabijheid is. Soms in woorden, soms in stilte, maar nooit alleen.
Alphine Smit Bakker
Levenseinde Doula | Hart voor Sterven







