Van huizenjacht naar ziekenhuisbed..en weer verder.

Van huizenjacht naar ziekenhuisbed… en weer verder
Soms loopt een dag totaal anders dan je had bedacht.
Dinsdag 28 juli hadden Hans en ik twee afspraken in Drenthe om huizen te bekijken. We zouden met bootje zeven naar de overkant gaan. Ik was al vroeg wakker, nog voor de wekker. Even mijn knappe pak aan, haren en make-up doen en klaar voor een dagje huizen kijken.
Al een tijdje dacht ik: die badkamervloer is eigenlijk wel erg glad met die badmat zonder antislip.
En ja hoor...
Ik liep de badkamer weer in, de badmat gleed onder mijn voeten vandaan en daar lag ik. In een reflex ving ik mezelf op met mijn linkerarm.
Dat zag er niet goed uit.
Hans stond gelukkig meteen naast me en één ding was snel duidelijk: dit werd inderdaad bootje zeven, maar niet naar Drenthe. We gingen naar de spoed in Den Helder.
Beneden nog snel een glas water en alleen wat paracetamol genomen. Mijn arm ondersteund in een sling en op weg. Loes en Fien mochten mee, want ergens dacht ik nog heel optimistisch: als het gips erom zit, kunnen we daarna misschien alsnog naar Drenthe.
Nou, niet dus.
In het ziekenhuis bleek al snel dat het niet iets was van 'even gips erom en weer verder'. Mijn pols was flink gebroken en de stukjes bot stonden niet meer zoals ze hoorden te staan.
Een operatie was nodig.
Een paar dagen later, op maandag, mocht ik me 's morgens melden in het ziekenhuis in Den Helder. Het zou een dagopname worden. Mijn pols zou weer rechtgezet worden en de losse stukjes zouden weer netjes aan elkaar worden gepuzzeld.
Bij de opname vertelde de verpleegkundige dat ik om 9.35 uur gepland stond voor de operatie. Als alles meezat, zou ik met bootje half twee alweer onderweg naar huis kunnen zijn.
Ze vond het alleen wat vreemd dat er voor mij ook een bed gereserveerd stond op een andere afdeling.
Maar goed, ruim op tijd werd ik naar de holding gereden. Infuus erin, nog wat vragen beantwoorden en de nodige metingen. Mijn hartslag was volgens de verpleegkundige behoorlijk laag. Ik kon haar gelukkig geruststellen: mijn hartslag is vaker laag als ik niets doe en ik voelde me ook niet gespannen.
Daarna naar de operatiekamer en helemaal onder zeil.
De arts kon in alle rust mijn pols weer repareren.
Ruim een uur later werd ik wakker.
En toen was het bepaald niet meer zo rustig.
De pijn was enorm. Echt helse pijn. Ondanks de pijnstilling kregen ze het niet goed onder controle. Dat bootje van half twee kon ik dus wel vergeten. Achteraf begreep ik ook waarom er alvast een bed voor mij gereserveerd stond.
Mijn dagopname werd een opname.
Gelukkig kwam uiteindelijk ook daar een einde aan en mocht ik weer naar huis. Naar Hans, de dieren, de camping en mijn eigen omgeving.
En nu zijn we alweer een week verder.
Vrijdag ben ik gestopt met de morfine. Wat maakt dat spul je toch raar en moe in je hoofd. Tot zondag heb ik nog paracetamol gebruikt, maar inmiddels ook niet meer. Als ik mijn arm rustig houd, is de pijn gelukkig goed te doen.
Maar wat ben je ineens afhankelijk van anderen.
Douchen en aankleden lukt gelukkig zelf, al kost het behoorlijk wat tijd en energie. Ik werk in de zorg en weet als geen ander hoe je jezelf met één arm het makkelijkst aan- en uitkleedt.
En helaas had ik al wat ervaring.
In oktober brak ik immers mijn bovenarm.
Maar weten hoe iets moet en zélf degene zijn die beperkt is, zijn toch twee heel verschillende dingen.
Afhankelijk zijn van hulp vind ik moeilijk. Hulp vragen misschien nog wel moeilijker.
Gelukkig heb ik Hans, mijn lieve en geduldige man.
Hij verzorgt de camping, maakt schoon en ontvangt de gasten. En ondertussen zijn er natuurlijk ook nog paarden, schapen en kippen die iedere dag verzorgd moeten worden.
En laat Hans nou helemaal niets met paarden hebben!
Toch verzorgt hij ze met liefde voor mij. Daarbij krijgt hij hulp van onze twee vaste campinggasten, die inmiddels eigenlijk geen gasten meer zijn. Het zijn vrienden geworden.
Ik kan niet genoeg vertellen hoe dankbaar ik daarvoor ben.
Dankzij de inzet van deze lieve mensen loopt hier alles toch gewoon door. Iedereen doet zo zijn best. En dan krijg ik ook nog lieve kaartjes, bloemen, berichtjes en tekeningen van onze campinggasten.
Het zijn misschien kleine dingen, maar juist nu doen ze ontzettend veel.
Gelukkig ben ik rechts en is het mijn linkerarm die voorlopig niet meedoet. De boekingen en administratie kan ik dus nog zelf doen. Helemaal stilzitten is tenslotte ook niet mijn sterkste kant.
Al merk ik wel dat alles veel energie kost. Overdag val ik regelmatig zomaar in slaap. Best vreemd eigenlijk wat een gebroken arm en een operatie met je hele lichaam doen.
Ik ben benieuwd hoe mijn arm de komende tijd gaat genezen. Ik weet inmiddels dat zoiets lang kan duren. Dus zal ik geduld moeten hebben.
Niet helemaal mijn sterkste eigenschap...
En ondertussen gaat het leven gewoon verder.
De huizen die we die dinsdag in Drenthe zouden bekijken, hebben we natuurlijk nooit gezien. Maar de zoektocht naar ons nieuwe plekje gaat door. Ik struin Funda af en volgens mij weet ik inmiddels aardig goed wat er allemaal te koop staat.
Komende week staan er weer een paar bezichtigingen op de planning.
Want hoe gek het ook klinkt tussen ziekenhuis, gebroken botten, campinggasten en paarden voeren door: in december dragen wij de sleutels van ons huidige thuis over.
Dan moeten Hans en ik toch echt ergens anders wonen.
Waar dat wordt, weten we nog steeds niet.
We dromen van een huis met ruimte en land, waar mijn paarden gewoon aan huis kunnen staan. Een mooie groene omgeving, omringd door natuur en bomen. Waar we met Loes en Fien eindeloos kunnen wandelen, ik straks weer met mijn paard de natuur in kan en Hans lekker kan wandelen en fietsen. Rust, ruimte, maar ook een dorpje in de buurt voor wat gezelligheid en sociaal contact.
Ergens moet dat plekje toch bestaan.
Misschien komen we het komende week tegen. Misschien duurt het nog even.
Voorlopig heb ik in ieder geval twee dingen te oefenen waar ik niet bijzonder goed in ben:
geduld hebben én hulp aannemen.
En misschien is dat laatste voor iemand die haar hele leven gewend is voor anderen te zorgen, nog wel de grootste uitdaging.











